Richtlijnen voor corrigerende maatregelen met betrekking tot CO2-uitstoot

opgesteld in samenspraak met het advocatenkantoor Tiberghien

 

In deze nota wordt een overzicht gegeven van de aanbevolen te ondernemen stappen door het bedrijf en/of de bestuurders van de betrokken voertuigen, teneinde de (para-)fiscale situatie aan te passen aan de correcte CO2-uitstoot van de betrokken bedrijfswagens.

De nota maakt een onderscheid tussen:

  1. de correctie van de individuele fiches 281.10 (werknemers) en 281.20 (bedrijfsleiders) op naam van de bestuurder van het voertuig;
  2. de correctie van de solidariteitsbijdrage voor het privé-gebruik van een bedrijfsvoertuig in hoofde van het betrokken bedrijf;
  3. de correctie van de aangiftes in de vennootschapsbelasting in hoofde van het bedrijf;
  4. de correctie van de aangiftes in de personenbelasting in hoofde van de bestuurders van de betrokken voertuigen.

Dit document geeft een algemeen overzicht van de correcties die in het merendeel van de gevallen relevant kunnen zijn. Er kan niet worden uitgesloten dat in specifieke gevallen andere correcties noodzakelijk zijn, afhankelijk van de hoedanigheid/het belastingregime van het bedrijf en/of van de bestuurders van de betrokken voertuigen. Ook bestaat de mogelijkheid dat tijdens eventuele gesprekken met de fiscale administratie en/of de RSZ andere correcties worden gesuggereerd/besproken om de (para-)fiscale situatie te corrigeren, waardoor bv. niet elke stap in onderstaand overzicht moet worden doorlopen. Dit laatste kan in het bijzonder het geval zijn op het vlak van de bedrijfsvoorheffing. Dergelijke besprekingen kunnen ook aangewezen zijn om eventuele sancties (belastingverhogingen, forfaitaire sancties, administratieve boetes, nalatigheidsinteresten,…) te vermijden of beperken.

Noteer dat een correctie enkel noodzakelijk is wanneer de correcte CO2-uitstoot ook effectief aanleiding geeft tot een ander (belastbaar) bedrag. Dat laatste is immers niet altijd het geval, bv. wat de aftrekbaarheid van autokosten in de vennootschapsbelasting betreft (het aftrekpercentage kan identiek blijven), of wat het minimale voordeel van alle aard in de personenbelasting betreft (bv. het minimale voordeel van alle aard bedraagt voor aanslagjaar 2025, inkomsten 2024: 1.600 EUR).

 

Stap 1 – correctie individuele fiches 281.10 en 281.20

Het bedrag van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig wordt berekend door onder meer rekening te houden met de CO2-uitstoot van de wagen. Een aanpassing van de CO2-uitstoot zal in de berekening bijgevolg mogelijks aanleiding geven tot een ander bedrag van het voordeel van alle aard (meer of minder dan het initieel op de individuele fiche 281.10 of 281.20 opgenomen bedrag).

Het bedrijf dient hiervoor contact op te nemen met zijn sociaal secretariaat. In principe moeten volgende stappen worden ondernomen:

  • De communicatie van de correcte CO2-uitstoot aan het sociaal secretariaat zodat het correcte voordeel van alle aard in de toekomst wordt opgenomen op de loonfiche en onderworpen wordt aan de bedrijfsvoorheffing en de solidariteitsbijdrage;
  • Correctie van het bedrag van het voordeel van alle aard voor de nog te corrigeren maanden van het (lopende) kalenderjaar 2024 via de loonfiches van de eerstkomende maanden, gepaard met een aanpassing van de ingehouden bedrijfsvoorheffing voor het lopende kalenderjaar 2024. De aangiftes bedrijfsvoorheffing voor kalenderjaar 2024 zullen indien nodig ook worden aangepast (in principe door/met medewerking van het sociaal secretariaat);
  • Correctie van de reeds ingediende individuele fiches 281.10 en 281.20 voor de eerdere kalenderjaren door het bedrijf via Belcotax On Web (indien van toepassing). Noteer dat een dergelijke correctie nog mogelijk is voor fiches vanaf kalenderjaar 2021. Voor dit laatste kalenderjaar staat de mogelijkheid slechts open tot 30 september 2024.

    - Bij een hoger bedrag van het voordeel van alle aard zal een correctie van de individuele fiches mogelijks ook aanleiding geven tot een extra aangifte en betaling in de bedrijfsvoorheffing.1
     

    Voorbeeld

    Het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen van een werknemer werd voor het kalenderjaar 2023 opgenomen voor een bedrag van 2.300 EUR op jaarbasis. Ten gevolge van een verhoging van de CO2-uitstoot, leidt de herberekening van het voordeel van alle aard tot een bedrag van 2.500 EUR op jaarbasis. Het bedrijf zal een corrigerende fiche 281.10 indienen via Belcotax On Web waarin het bedrag van 2.500 EUR op jaarbasis wordt opgenomen. Dit zal mogelijk ook aanleiding geven tot een extra aangifte en betaling in de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op het verschil (extra voordeel van alle aard) van 200 EUR.

    - Bij een lager bedrag van het voordeel van alle aard zal het wellicht niet langer mogelijk zijn om een teruggave van bedrijfsvoorheffing te verzoeken. De bestuurder zal deze (hogere) bedrijfsvoorheffing verrekenen met de verschuldigde personenbelasting (in de aangifte in de personenbelasting of via een bezwaarschrift/verzoek tot ambtshalve ontheffing – zie stap 2, d).

    Voorbeeld

    Het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen van een werknemer werd voor het kalenderjaar 2023 opgenomen voor een bedrag van 2.800 EUR op jaarbasis. Ten gevolge van een verlaging van de CO2-uitstoot, leidt de herberekening van het voordeel van alle aard tot een bedrag van slechts 2.500 EUR op jaarbasis. Het bedrijf zal een corrigerende fiche 281.10 indienen via Belcotax On Web waarin het bedrag van 2.500 EUR op jaarbasis wordt opgenomen. In principe is de bedrijfsvoorheffing op het te hoog aangegeven voordeel van alle aard (300 EUR) niet meer terugvorderbaar (of compenseerbaar via aangiftes in de bedrijfsvoorheffing) zodat een recuperatie via de personenbelasting van de bestuurder moet verlopen (zie stap 2, d).

Wat de bedrijfsvoorheffing betreft, geldt een bijzondere fiscale aanslagtermijn van vijf jaar (art. 358 WIB 1992) die stelt dat, wanneer een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de inkomstenbelastingen ten name van een welbepaalde belastingplichtige uitwijst dat de fiscale bepalingen inzake bedrijfsvoorheffing werden overtreden in één van de vijf jaren vóór het jaar van de vaststelling van de inbreuk, de administratie de verschuldigde bedrijfsvoorheffing mag vestigen binnen de 12 maanden te rekenen vanaf de vaststelling2. Een correctie inzake bedrijfsvoorheffing zal bijgevolg mogelijks tot 5 jaar (moeten) terug gaan (vóór het jaar van de vaststelling).

 

Stap 2 – correctie (para-)fiscale aangiftes (excl. bedrijfsvoorheffing)

a. Solidariteitsbijdrage voor het privé-gebruik van een bedrijfsvoertuig

Ook in dit kader kan het bedrijf van Arval contact opnemen met haar sociaal secretariaat. De DmfA-aangiftes kunnen worden gewijzigd voor de kwartalen waarop de aangepaste solidariteitsbijdrage betrekking heeft. Er geldt een verjaringstermijn van 3 jaar.3

Hier moet het (nieuwe) totaal van de bijdrage voor de ganse onderneming worden vermeld (“bijdragen voor het geheel van de onderneming wijzigen”) en de “voordelen” worden opgenomen per werknemer onder DmfA-looncode 10.4

  • Correctie voor een nog lopend kwartaal: uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal moet men de DmfA-aangifte indienen én moet de verschuldigde solidariteitsbijdrage voor dat kwartaal toekomen bij de RSZ.
  • Correctie voor reeds afgelopen kwartalen: het sociaal secretariaat kan de reeds ingediende DmfA-aangiftes nog steeds wijzigen voor de niet-verjaarde kwartalen.

    Let wel, voor deze kwartalen zal in de regel een forfaitaire sanctie worden toegepast. Deze forfaitaire sanctie is gelijk aan het dubbele van de verschuldigde solidariteitsbijdrage. Een vermindering van deze sanctie kan aangevraagd worden indien men uitzonderlijke omstandigheden aantoont die het indienen van een foutieve DmfA-aangifte rechtvaardigen. Het is aangewezen om spontaan over te gaan tot een wijziging van de DmfA-aangiftes. Doet men dit niet en gaat men over tot een ambtshalve correctie, dan zijn bovenop de forfaitaire sanctie ook bijdrageopslagen (10%) en intresten (7%) verschuldigd.

 

Noteer dat, wanneer u uw DmfA-aangifte meer dan zes maanden na het verstrijken van het kwartaal wijzigt, u in de toepassing moet verklaren waarom u deze wijziging doet. In dit kader kan de werkgever verwijzen naar het feit dat voor de vaststelling van de solidariteitsbijdrage, rekening werd gehouden met een incorrecte CO2-uitstoot.

Bij het opmaken van de wijziging krijgt men reeds een indicatie van het te betalen (of terug te vorderen) bedrag. Dat wordt echter pas definitief, wanneer men het bericht van wijziging der bijdragen ontvangt. Vanaf dan geldt er een betalingstermijn van dertig dagen. Een dergelijk bericht wordt pas opgesteld indien het totaal aan bijdragen of terugvorderingen minstens 5 EUR is.

Indien zou blijken dat er te veel solidariteitsbijdragen werden betaald, kan men om een terugvordering verzoeken. Ook in dat geval geldt een verjaringstermijn van 3 jaar.

 

b. Vennootschapsbelasting

Wat de vennootschapsbelasting betreft, heeft de toepassing van een incorrecte CO2-uitstoot mogelijks aanleiding gegeven tot een incorrect bedrag in de aangifte in de vennootschapsbelasting in volgende codes (vak ‘verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat’):

  • Code 1205: niet-aftrekbare autokosten en minderwaarden op autovoertuigen;
  • Code 1206: autokosten ten belope van een gedeelte van het voordeel van alle aard.

 

Wat de aangiftes in de vennootschapsbelasting betreft, moet een onderscheid worden gemaakt, afhankelijk van het stadium van de fiscale aanslagprocedure waarin men zich bevindt:

  1. De aangifte werd nog niet ingediend: er moet rekening worden gehouden met de correcte CO2-uitstoot bij de vaststelling van het bedrag van de verworpen uitgaven in codes 1205 en 1206;
  2. De aangifte werd ingediend, maar de aangiftetermijn is nog niet verstreken en er werd nog geen aanslag gevestigd: binnen de aangiftetermijn kan een éénmalige correctie worden doorgevoerd in de aangifte. Hierbij kan rekening worden gehouden met de correcte CO2-uitstoot bij de vaststelling van het bedrag van de verworpen uitgaven in codes 1205 en 1206;
  3. De aangifte werd ingediend, de aangiftetermijn is verstreken maar er werd nog geen aanslag gevestigd: het verdient aanbeveling contact op te nemen met de fiscale controledienst teneinde in samenspraak de reeds ingediende aangifte alsnog te corrigeren5. Hierbij kan rekening worden gehouden met de correcte CO2-uitstoot bij de vaststelling van het bedrag van de verworpen uitgaven in codes 1205 en 1206;
  4. De aanslag werd gevestigd: er kan een bezwaarschrift worden ingediend binnen de bezwaartermijn van één jaar om de correcte bedragen aan te geven6. Deze mogelijkheid staat o.i. open, zowel in de situatie waarin een te hoog bedrag werd aangegeven (en het bedrijf een vermindering van de belastbare grondslag wenst te verkrijgen) als in de situatie waarin een te laag bedrag werd aangegeven (en het bedrijf eventueel een extra bedrag aan vennootschapsbelasting verschuldigd is)7;
  5. De aanslag werd gevestigd en de bezwaartermijn is reeds verstreken: er kan een verzoek tot ambtshalve ontheffing worden ingediend indien een te hoog bedrag werd aangegeven op grond van artikel 376 WIB 1992 binnen een termijn van vijf jaren vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd indien een te hoog bedrag werd aangegeven8. Indien een te laag bedrag werd aangegeven, kan men o.i. ook spontaan contact opnemen met de fiscale controledienst teneinde de initieel ingediende aangifte te laten corrigeren binnen de buitengewone aanslagtermijn van drie jaar (art. 354 WIB 1992).

 

c. Personenbelasting

In een aantal gevallen zal de bestuurder ook individueel moeten overgaan tot een correctie van zijn fiscale situatie. Belangrijk hierbij is dat de bestuurder rekening houdt met de gecorrigeerde individuele fiche 281.10 of 281.20 (waar mogelijk) en het eventueel aangepast (hoger) bedrag van de bedrijfsvoorheffing (zie stap 1). In principe zal er op het vlak van de bedrijfsvoorheffing (door het bedrijf) geen terugvordering meer mogelijk zijn voor eerdere kalenderjaren, aangezien de initieel ingehouden bedrijfsvoorheffing reeds verrekend werd of op korte termijn zal verrekend worden met de personenbelasting. Enkel voor het kalenderjaar 2024 zal een correctie van de reeds ingediende aangiftes in de bedrijfsvoorheffing nog mogelijk zijn via Finprof – zie stap 1 – waardoor de bestuurder vooralsnog niets moet ondernemen. Een terugvordering van bedrijfsvoorheffing zal bijgevolg meestal gebeuren via een correctie van de personenbelasting, waarmee de bedrijfsvoorheffing werd/wordt verrekend.

Ook hiervoor moet een onderscheid worden gemaakt, afhankelijk van het stadium van de fiscale aanslagprocedure men zich bevindt:

  1. De aangifte werd nog niet ingediend: er moet rekening worden gehouden met de correcte CO2-uitstoot bij de vaststelling van het aan te geven bedrag van het voordeel van alle aard;
  2. De aangifte werd ingediend, maar de aangiftetermijn is nog niet verstreken: binnen de aangiftetermijn en indien nog geen aanslag is gevestigd, kan een éénmalige correctie worden doorgevoerd in de aangifte;
  3. De aangifte werd ingediend, de aangiftetermijn is verstreken maar er werd nog geen aanslag gevestigd: het verdient aanbeveling contact op te nemen met de fiscale controledienst teneinde in samenspraak de aangifte alsnog te corrigeren9;
  4. De aanslag werd gevestigd: er kan een bezwaarschrift worden ingediend binnen de bezwaartermijn van één jaar om de correcte bedragen aan te geven10. Deze mogelijkheid staat o.i. open, zowel in de situatie waarin een te hoog bedrag werd aangegeven (en de bestuurder een terugbetaling wenst te verkrijgen) als in de situatie waarin een te laag bedrag werd aangegeven (en de bestuurder eventueel een extra bedrag aan personenbelasting verschuldigd is);
  5. De aanslag werd gevestigd en de bezwaartermijn is reeds verstreken: er kan een verzoek tot ambtshalve ontheffing worden ingediend indien een te hoog bedrag werd aangegeven op grond van artikel 376 WIB 1992 binnen een termijn van vijf jaren vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd11. Indien een te laag bedrag werd aangegeven, kan men o.i. spontaan contact opnemen met de fiscale controledienst teneinde de initieel ingediende aangifte te laten corrigeren binnen de buitengewone aanslagtermijn van drie jaar (art. 354 WIB 1992).

 


1. Noteer dat deze (extra) bedrijfsvoorheffing in principe moet gedragen worden door de werknemer/bedrijfsleider, om te vermijden dat er sprake is van een extra (belastbare) bezoldiging.
2. Deze bepaling werd ook licht gewijzigd met ingang van aanslagjaar 2023.
3. De verjaringstermijn bedraagt 10 jaar ingeval van fraude. Deze verjaringstermijn zal in principe niet van toepassing zijn.
4. RSZ-Instructies 2024/2.
5. De fiscale controledienst kan men terugvinden op de achterzijde (pagina 2) van het meest recente aanslagbiljet.
6. Op grond van artikel 366 WIB 1992. Bijvoorbeeld: stel dat een vennootschap waarvan het boekjaar verstreken is op 31 december 2022, de aangifte in de vennootschapsbelasting heeft ingediend vóór de deadline van 10 oktober 2023. De aanslag in de vennootschapsbelasting (conform de aangifte) kan worden gevestigd tot en met 30 juni 2024 (op grond van artikel 359 WIB 1992). In de veronderstelling dat het aanslagbiljet bijvoorbeeld werd verzonden op 4 april 2024, kan de vennootschap op heden nog steeds een bezwaarschrift indienen omdat de bezwaartermijn van één jaar nog niet is verstreken.
7. Overeenkomstig artikel 371 WIB 1992 moeten bezwaarschriften op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van een jaar te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, dan wel de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier. Vóór 1 januari 2023 gold een bezwaartermijn van zes maanden. De bezwaartermijn van één jaar is ook van toepassing indien de vroegere bezwaartermijn van zes maanden nog niet was verstreken op 1 januari 2023 (Circulaire nr. 2023/C/23 van 2 maart 2023).
8. Het bedrijf zal moeten kunnen aantonen dat aan de voorwaarden van artikel 376 WIB 1992 is voldaan, met name dat er sprake is van een materiële vergissing.
9. De fiscale controledienst kan men terugvinden op de achterzijde (pagina 2) van het meest recente aanslagbiljet.
10. Overeenkomstig artikel 371 WIB 1992 moeten bezwaarschriften op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van een jaar te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, dan wel de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier. Vóór 1 januari 2023 gold een bezwaartermijn van zes maanden. De bezwaartermijn van één jaar is ook van toepassing indien de vroegere bezwaartermijn van zes maanden nog niet was verstreken op 1 januari 2023 (Circulaire nr. 2023/C/23 van 2 maart 2023).
11. De bestuurder zal moeten kunnen aantonen dat aan de voorwaarden van artikel 376 WIB 1992 is voldaan, met name dat er sprake is van een materiële vergissing.